Kritiek op de kruistochten
Toegegeven, de Eerste Kruistocht was een fenomenaal succes geweest. Niemand had verwacht dat het samengeraapte zootje edelen, ridders en oncontroleerbare vechtersbazen dat in 1095 reageerde op de oproep van paus Urbanus II zó veel succes zou boeken. Na een tocht vol ontberingen hadden ze de heilige stad Jeruzalem veroverd, en hun verdere veroveringen veiliggesteld. Kroniekschrijvers kwamen woorden tekort om dit wonder, dat uiteraard vooral aan God te danken was, te beschrijven. Een schitterende overwinning in het hart van de islamitische wereld! Wat zouden die ridders niet allemaal nog meer kunnen bereiken??!! Het optimisme was van korte duur. Enkele decennia later verkeerden de veroveringen in groot gevaar, en riep de paus op tot een Tweede Kruistocht. (De termen ‘kruisvaarder’ en ‘kruistocht’ dateren overigens pas van eeuwen later.) Die draaide uit op een grote teleurstelling. Er kwam een derde, dat werd ook niks; een vierde idem dito. Koningen en de Kerk deden hun best om deze neerwaartse spiraal te doorbreken, maar zonder succes. En ondertussen zwol de kritiek aan. Dat wil zeggen, het was na dat succes van de Eerste natuurlijk lastig om te beweren dat kruistochten nóóit werkten. En de Kerk bleef een grote voorstander. Kortom, kruistochten categorisch afwijzen was onlogisch en niet zonder risico’s. Maar als christenen de heidense wereld wilden bekeren, moesten ze toch iets anders verzinnen. De gedachte dat het mogelijk moest zijn om moslims met argumenten tot het ware geloof te brengen, ontstond eigenlijk tegelijk met de Eerste Kruistocht, of kort daarvoor al. Dat kwam door de succesvolle strijd op het Iberisch schiereiland tegen de moslimheersers aldaar. Daardoor hadden de christelijke koninkjes in het noorden grote aantallen moslims onderworpen, en die moesten natuurlijk bekeerd worden, voordat zij christenen gingen bekeren tot de islam! Maar dan moesten christelijke geestelijken aldaar wél verstand hebben van de islam. Om die reden liet abt Petrus Venerabilis van Cluny, een machtig man in die tijd, rond 1140 een eerste vertaling maken van de Koran. Ook schreef hij een ‘Boek tegen de sekte ofwel ketterij van de Saracenen’, waarin hij hen ‘uit liefde’ opriep hun belachelijke religie te laten vallen. Petrus was geen tegenstander van kruistochten; dat kon ook moeilijk. De vijand moest verslagen worden. Maar daarna moesten de overlevenden bekeerd. Hij wees erop dat verslaan niet voldoende was. Het was een eerste kiertje in het pantser van de activistische Kerk. Een echte scheur ontstond een halve eeuw later, na een serie nederlagen van de kruisridders, met als dieptepunt de val van Jeruzalem (in moslimlanden) in 1187. Alles was voor niets geweest, zo leek het. En God had zijn handen van het hele project afgetrokken. Tientallen schrijvers doopten hun ganzenveren in de inkt om hun analyse van de problemen neer te pennen, maar geen was zo invloedrijk als Joachim van Fiore. Die sprak niet van troepenaantallen of strategie, die pakte de hele geschiedenis aan. De val van Jeruzalem was onderdeel van een wereldhistorische omwenteling: de duivel wilde het christendom vernietigen. Het werd in de komende (dertiende) eeuw erop of eronder. En gelukkig, volgens Joachim zou er dan een orde van viri spirituales opstaan, zeg maar extreem vrome mannen, die de strijd tegen de duivel zouden aangaan, de Kerk zouden vernieuwen en alle heidenen zouden bekeren. Door te prediken, te overtuigen, zogezegd. Joachims werken werden in heel Europa gelezen. En vooral door de leden van de kersverse orde van de franciscanen. In navolging van Franciscus verkondigden zij absolute armoede, met daarbij de plicht om het geloof uit te dragen waar dat maar kon, van de hutten van de allerarmsten tot de grenzen van de aarde. Dat laatste was opmerkelijk want monniken hoorden eigenlijk in een klooster te zitten en daar te blijven. Franciscus zélf voegde de daad bij het woord en bezocht Egypte, waar hij overigens diep doordrongen raakte van de nutteloosheid van kruistochten. De werken van Joachim sloten daar naadloos op aan. Velen vonden dat zij, de franciscanen, de door Joachim voorspelde viri spirituales waren, en dat zij de taak hadden de Kerk te redden. In Rome waren ze het daar niet mee eens, vanaf omstreeks 1290 ging het helemaal mis en zo rond 1300 werden er heel wat ‘radicale’ franciscanen op de brandstapel gezet. Maar in elk geval tot die tijd kon binnen de orde de kritiek op de Kruistochten blijven bestaan. Een van de critici was de Parijse docent Roger Bacon. In zijn Opus maius (plm. 1266; ‘Grote werk’), geeft hij zijn visie op het onderwijs (en nog veel meer) en hoe dat verbeterd kon worden, en haalt daarbij ook uit naar de kruistochten, die steevast mislukken: ‘En als de christenen zegevieren blijft er niemand achter om de veroverde landen te verdedigen. Ook worden ongelovigen op deze manier niet bekeerd, maar gedood en naar de hel gezonden. Zij die de oorlogen overleven , samen met hun kinderen zijn des te meer verbitterd over het christelijk geloof vanwege het geweld, en volledig vervreemd van Christus, en in staat om christenen op alle mogelijke manieren te schaden.’ Het is onwaarschijnlijk dat Bacon de enige was die dit soort dingen dacht. Het bhoorde ongetijfeld tot de vaste onderwerpe in de discussies tussen studenten en docenten. Zo’n acht jaar later schreef een andere geestelijkr, Humbert van Romans, op verzoek van de paus (ter voorbereiding van een synode in Lyon in 1274) een stuk over de kansen van een nieuwe kruistocht. Humbert wist wat de paus verwachtte, een helder “ja”, maar hij schreef daarbij dat er mensen waren: ‘…die zich afvragen wat het doel is van deze aanval op de Saracenen. Want ze worden daarmee niet opgewekt zich te bekeren, mar worden eerder opgezet tegen het christelijk geloof..’ Waarna Humber exact dezelfde argumenten geeft als Roger Bacon. Het is mogelijk dat Humbert de Opus maius van Bacon kende, maar waarschijnlijk is dat niet. (Bacon schreef dat werk in het geheim, op verzoek van Rome.) Als Bacon de enige was die zoiets had gezegd, had Humbert er ook geen aandacht aan hoeven besteden. Maar we weten uit andere bronnen dat Bacon zeker niet alleen stond. Critici hadden duidelijk in de gaten dat er sprake was van zinloos, zelfs schadelijk geweld. Maar hoe véél mensen dat dachten, zullen we nooit weten. Er bestonden nu eenmaal geen opiniepeilingen, en zoiets hardop zeggen was onverstandig.
Wat er daarna gebeurde? De vervolging van de franciscanen was een pr-ramp voor de Kerk, die daarna in de loop van de veertiende eeuw nog twee andere rampen over zich geen zou krijgen zodat haar gezag rond 1400 zo goed als verdwenen was. (Enter hervormers als Hus en Wycliff.) En de kruistochten, die zouden rond 1300 volledig vastlopen. Vanaf dat moment was er niets meer over van de christelijke veroveringen in het Oostelijk Middellandszeegebied. En de vraag hoe je moslims het beste kon bekeren was een volstrekt academisch geworden. In plaats daarvan zette de opmars van de islam nog zo’n vier eeuwen door. Rond 1350 verschenen de Ottomanen op het toneel, en die veroverden in 1453 Constantinopel. Een enkele veldslag of zeeslag daargelaten waren zij in feite niet tegen te houden. In loop van de zestiende/zeventiende eeuw veegden ze Venetië opzij en beheersten ze de Middellandse Zee. Ze veroverden Griekenland, de Balkan, Noord-Afrika en drongen door tot aan Wenen. Dat de Ottomanen daarna niet doorzetten, kwam door nederlagen heel ergens anders. Als dat niet was gebeurd, waren we nu allemaal moslims geweest.