Vijf verdomd goede redenen waarom er een Nationale Non-fictie Prijs moet komen

 

Er zijn al zo veel prijzen!

Dat klopt. Zoek de Wikipedia pagina op met ‘Nederlandse literaire prijzen’ en je krijgt een overzicht dat pakweg net zo lang is als die voor vaderlandse jachthavens of historische slagvelden. We komen er in om. Maar dat zijn dus allemaal literaire prijzen. Buiten de literaire bubbel gebeurt er niet veel. Er zijn wat journalistieke prijzen, er is er eentje voor filosofie, er is er eentje voor geschiedenis (voorzitter: de adellijke burgemeester van Leeuwaarden). Het probleem is bekend. Er wordenzelfs halfwassen pogingen iondenomen om het te reparen. Onlangs maakte de Bookspot-prijs (dat was ooit de AKO-literatuurprijs) bekend dat ze voortaan ook een nonfictie-prijs willen uitreiken. Daarvoor is de literaire jury uitgebreid met één (1, one, uno) historicus. Die blijkbaar geacht wordt chemie, wiskunde, theologie, biologie, sociale wetenschappen, natuurkunde en rechtswetenschappen er ‘even bij te doen’. Dit is nou adding insult to injury. Kortom, vergeleken met de overvolle literaire kalender is de nonfictie een treurige vertoning.

Daar is een verklaring voor. Nonfictie heeft duizenden fans, maar nonfictie-schrijvers hebben die niet, of nauwelijks. Nonfictielezers vallen niet voor een bepaalde schrijver. Non-fictie is non-sexy. Dus is er ook niet zo’n behoefte om die mensen te zien, om ze te horen, of te zoenen. Maar dat gebrek aan passie is uiteraard geen excuus voor het ontbreken van een behoorlijke, brede, gezaghebbende prijs voor nonfictie. Een prijs erbij, een die werkelijk een steen in de stille vijver is - die mag er toch wel bij?

Er is veel te veel om uit te kiezen!

Ook dat klopt. Er zijn boeken, filmpjes, vlogs, podcasts, allerlei series, hoorcolleges, animaties, et cetera. Geen mens kan het bijhouden. En dus leeft elke moderne wetenschapsnieuwsconsument in zijn persoonlijke informatiebubbel. En gaat het overgrote deel van alles wat mooi en interessant is in deze wereld, aan hem of haar voorbij.

Des te belangrijker is het dus dat een deskundige jury uit de Mer à Boire van populairwetenschappelijke nonfictie een aantal hoogtepunten opvist en aan een breed publiek presenteert. Het idee van een ‘boekenprijs’ is verouderd. Het gaat om veel meer. Zó veel dat een gezaghebbende prijs juist nú heel nuttig kan zijn.

Wat heb je nou aan een prijs?

Want: ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. Het Nederlandsch calvinisme ten voeten uit. Afschuwelijk. Afgezien van het handgeld dat menige schrijver/maker heel goed kan gebruiken, zijn prijzen buitengewoon nuttig. Een prijs eert de mens die in zijn werk ziel en zaligheid heeft gelegd. Ze stimuleert anderen om hetzelfde te doen. Ze verheft voor heel even een maker, vak, een vakgebied of onderwerp dat anders nooit voor het voetlicht komt. Prijzen vertellen ons dat er méér is in het leven.

 

Het is allemaal show!

Een zaaltje, een spreekstalmeester, de gasten mooi in het pak (of de jurk) genaaid, de grote envelop op tafel, naast de bloemen, en dan…. vreugdekreten, verraste blikken, zoenen (drie keer) en champagne. U heeft helemaal gelijk. Een prijsuitreiking behoort niet tot de meest originele der bijeenkomsten. Maar het ‘werkt’. Het is ‘nieuws’ dat alles even optilt boven. Dus durf er wat van te maken en de uitreiking van de Nationale Nonfictieprijs wordt dé nationale gelegenheid om naast de creatieve ploeteraar ook de wetenschap zélf eindelijk eens in het zonnetje te zetten. En ik kan u verzekeren, dat kan geen kwaad.

Goede wijn behoeft geen krans

Dit is misschien wel de meest bekrompen van alle (vaak toch al zo bekrompen) Nederlandse zegswijzen. En het is dus onzin. Wat goed is, moet geprezen worden, in het zonnetje gezet. En dan gaat het nu niet om dat ene schitterende boek, die hilarische podcast of die boeiende blogger – maar om de wetenschap in het algemeen, elk jaar weer. Laat het het ‘Bal van de Wetenschap’ worden. Want dat moet.

De wetenschap en haar bewonderaars moeten aan de bak. De tijd dat wetenschap vanzelf lof en bewondering oogstte omdat ze het ene na het andere maatschappelijke probleem oploste, de ene ontdekking na de andere deed, ligt al een tijdje achter ons. Wetenschap is nog steeds fantastisch, boeiend… (vult u maar aan) maar het grote publiek kent de wetenschap inmiddels vooral van het klimaatdebat, de vaccinatieplicht, en bizarre beloftes zoals dat we eeuwig zullen leven en modelkinderen gaan kweken. Het publiek associeert ‘wetenschap’ in toenemende mate met arrogant, bevooroordeeld, commercieel en onethisch. De glans is er af.

Die indruk verdwijnt niet vanzelf – ze groeit vanzelf. Dat mooie verhaal van de wetenschap, dat zal dus beter verteld moeten worden. Door boeken, podcasts… (vult u maar aan) én door een jaarelijks feest, met een zaal vol mensen die vol zijn van de wetenschap, en die de grote Nationale Nonfictieprijs bekend gaan maken. Een feestje voor iedereen die nieuwsgierig is, die wil weten, die het mooie verhaal wil vertellen. Met een winnaar. De wetenschap.

 

Marcel HulspasComment