Moet de islam door de wasmachine?

In de nabijheid van een patiënt waant iedereen zich een beetje een dokter. Iedereen heeft wel een wijze raad. Zo is het ook rond het ziekbed van de islam. Dat de islam momenteel niet in topconditie verkeert, moge duidelijk zijn. Van alle wereldgodsdiensten is er momenteel geen zó enorm in gevecht met zichzelf – en met de moderniteit. Sommigen zien de toekomst van de islam somber in. Anderen zeggen dat de patiënt een gevaar vormt voor de hele wereld. Maar er zijn er ook die de toekomst niet zo somber inzien. De islam kan er bovenop komen; ze moet gewoon, net als het christendom een paar eeuwen geleden, hervormen. Ze moet gereinigd worden van haar totalitaire, archaïsche, barbaarse trekken. Dan komt het wel goed. Aldus dit goedbedoelde voorschrift. Pim Fortuyn gebruikte voor deze transformatie ooit de metafoor van een wasbeurt. Na het christendom en het jodendom moest ook de islam door ‘de wasmachine van de verlichting’. De ratio en de Rede zouden elke godsdienst kunnen zuiveren van zijn ondemocratische, barbaarse trekken. Die metafoor duikt nog regelmatig op. Zeer recent bijvoorbeeld in het boek Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat, van de Belgische wetenschapsfilosoof Maarten Boudry. Hij schrijft:

‘Door een speling van de geschiedenis kwam het christendom als allereerste religie terecht in wat Pim Fortuyn de ‘wasmachine van de verlichting’ noemde. Dat heeft een belangrijke consequentie, die de doemprofeten van de islamisering vaak over het hoofd zien. Toen de wetenschappelijke revolutie en daarna de verlichting in West-Europa vaste voet aan de grond kregen, wisten de christelijke autoriteiten aanvankelijk niet goed wat hen overkwam. Niemand kon op voorhand voorspellen waartoe al dat kritische onderzoek zou leiden, waardoor de bedreiging die ervan uitging te laat werd ingezien. De aanval op de christelijke God vanaf de renaissance was niet openlijk, maar eerder een heimelijke sluipmoord. De confrontatie tussen islam en de moderniteit vindt in een compleet andere context plaats. Er kan nu eenmaal slechts één religie als eerste door de wasmachine gaan. Moslims zien de ideeën van de moderniteit als fremdkörper, van buitenaf geïmporteerd. Niet zelden ging hun intrede gepaard met imperialisme en kolonisering, of werden ze van bovenaf opgelegd, zoals in het Turkije van de seculiere hervormer Kemal Atatürk. Gelovige moslims zijn daarom beter voorbereid (…) Zij beseffen heel goed dat [het christendom] na de verlichting nog maar en schim van zichzelf is, en ze willen vermijden dat hun hetzelfde overkomt.’

Boudry wil geen doemdenker zijn, zoals de titel van zijn boek a; duidelijk maakt. Hij gelooft dat de islam als tweede religie door ‘wasmachine van de verlichting’ zal gaan en daar flink van zal opknappen. En daar valt blijkbaar ook niet aan te ontkomen. Tegelijkertijd stelt hij dat de wasbeurt van het christendom sluipenderwijs verliep, en dat dit met de islam onmogelijk is. De islam is immers gewaarschuwd. Moslims zouden in de gaten hebben dat het christendom na die wasbeurt nog slechts een ‘schim’ is van wat het ooit was. Bovendien, aldus Boudry, kunnen moslims de verlichting (nu aangeduid als ‘de moderniteit’) gemakkelijker tegenwerken omdat deze vreemd zou zijn aan hun cultuur. (Het is overigens vreemd dat Boudry stelt dat ‘doemprofeten van de islamisering’ die consequenties van het ‘gewaarschuwd zijn’ vaak over het hoofd zien. Integendeel. Doemprofeten geloven juist NIET in die wasmachine van de verlichting. Ze vrezen dat ‘verlicht’ Europa aan de islam ten onder zal gaan.)

I.

Bij dit alles zijn wel enkele kanttekeningen te maken. Ten eerste, verliep dat ‘wassen’ van het christendom écht zo sluipend? Hadden de christelijke kerkleiders niks in de gaten, totdat wetenschap en verlichting ‘vaste voet aan de grond kregen’ (wat je toch op rond 1750 moet dateren)? Ik durf gerust te stellen dat de Kerken al heel snel in de gaten hadden dat er sprake was van de opkomst van een levensgevaarlijk atheïsme en dat ze ruimschoots op tijd de strijd aanbonden. Al rond 1650 werden de eerste verlichtingsdenkers, brave theïsten of deïsten, door de Kerken voor ‘atheïsten’ uitgemaakt en aan de schandpaal genageld. Hun werken werden verboden. De Kerkelijke leiders wisten van meet af aan donders goed wat er op het spel stond.

Dan is er de vraag of de wasmachine-metafoor accuraat is. Is de transformatie van het christendom in West-Europa toe te schrijven aan de Verlichting? Het was in elk geval een proces van zeer lange adem. Rond 1600 waren de kerkelijk leiders nog zeer machtig, en was ongeloof een ondergronds verschijnsel. Dat veranderde vanaf omstreeks 1650 en het proces was pas voltooid in de tweede helft van de negentiende eeuw. De politieke en maatschappelijke invloed van de Kerk verschrompelde halverwege de zeventiende eeuw, met name door de Vrede van Westfalen (1648). Vanaf dat moment bepaalde het staatshoofd welk geloof zijn onderdanen moesten volgen, en moesten kerkleiders zich koest houden. Die inperking van de macht van de Kerk was het gevolg van de overtuiging dat er een definitief einde moest komen aan de bloedige godsdienstoorlogen van de voorafgaande decennia. Op dat moment moesten de wetenschappelijke revolutie en de Verlichting nog beginnen. En pas omstreeks 1850-1900 verdween de traditionele vervlechting van de kerkelijk met de politieke en economische macht, en pas toen begonnen steeds grotere delen van de bevolking de Kerk (of zelfs het geloof) af te wijzen. Was dat hele proces het werk van de verlichting? Heeft de Verlichting de Kerk tot een ‘schim’ gemaakt van wat zij ooit was geweest? Volgens mij zit het net even anders.

We moeten niet vergeten is dat de optimistische verlichting van de achttiende eeuw in de jaren 1790-1820 zélf door een wasmachine is gegaan, en wel die van de romantiek, de revolutie, en de terreur van Napoleon. Daarna is het nooit meer goed gekomen met dat geloof in de vooruitgang en de ratio. En ondertussen keerden de traditionele religies, als bron van normen, orde, troost en als maatschappelijk bindmiddel, met nieuwe kracht terug op het Europese toneel. Het christendom was met andere woorden ná de verlichting beslist niet ‘een schim van zichzelf’. Ze heeft zich juist krachtig hersteld – en had ook bijzonder weinig van haar universele pretenties verloren. De onfeilbaarheid van de paus werd pas in 1870 afgekondigd. Een laatste stuiptrekking? Dat kunnen we achteraf makkelijk zeggen maar de omslag, de ‘verdamping’ van het christendom in Noordwest-Europa zette pas in tegen 1900, met massale maatschappelijke en sociale veranderingen veroorzaakt door de tweede industriële revolutie, de opkomst van het socialisme, et cetera. Mogen we dat een effect noemen van de wasmachine van de verlichting? Of willen we dan iets te graag de geschiedenis verklaren met behulp van één enkel filosofisch begrip? De verlichting was slechts een onderdeel van een serie processen, of factoren, die de christelijke Kerken in de loop der eeuwen hebben getransformeerd. De hele ‘wasmachine’ kan waarschijnlijk net zo goed getypeerd worden als die van de industrialisatie, of de welvaart.

 II.

De populariteit van Fortuyns wasmachine-metafoor is gemakkelijk te verklaren. De islam wordt daarin afgeschilderd als een gemankeerde religie. Ze is (ook een gevleugelde uitdrukking van Fortuyn) een ‘achterlijke’ godsdienst die een inhaalslag moet maken. Ze is niet door-en-door slecht; ze kan hersteld (‘gewassen’) worden en dan komt er een acceptabele versie naar voren. En dat herstel, daarvan hebben ‘wij’ verlichte Europeanen het recept. Met andere woorden, de wasmachine-metafoor schildert de westerse cultuur af als de superieure, onvermijdelijke Leitkultur voor de hele wereld, en de hele toekomst. Nu moet gezegd, die overtuiging was honderd jaar geleden volstrekt vanzelfsprekend, zowel binnen als buiten de westerse wereld. Wie mee wilde doen, moest het Westen imiteren – hoe meer hoe beter. Daardoor ontstond in het Westen het idee dat men een aantal unieke uitvindingen had gedaan (materiële en immateriële), en dat andere culturen uitsluitend vooruit konden komen door dat alles over te nemen. Heel begrijpelijk, en heel verleidelijk om zoiets te denken, maar we zijn nu een eeuw verder, en de goeie ouwe tijd van westerse dominantie is voorbij. De rest van de wereld maakt ondertussen dezelfde ontwikkelingen door. Desondanks geloven velen in het Westen nog rotsvast in de superioriteit van ‘de’ westerse cultuur, en onze nobele opdracht om de rest van de wereldbevolking te vertellen hoe ze moeten leven.

Zijn vrijheid, democratie, mensenrechten, persvrijheid en ga zo maar door dan geen westerse prestaties om trots op te zijn? Zeker. Maar andere culturen kunnen hun eigen weg daar naartoe vinden. Waar je je ook bevindt, economische groei in combinatie met een enigszins egale inkomensverdeling leidt tot het ontstaan van een sterke middenklasse, en die zal op een gegeven moment politieke rechten opeisen. Een economie gebaseerd op vrij ondernemerschap stelt hoge eisen aan het openbaar bestuur en de rechtspraak. En zo’n samenleving kan niet zonder vrijheid van meningsuiting. Mechanisering van de productie en de samenleving stelt hogere eisen aan het onderwijs, waardoor de roep ontstaat om meisjes adequaat op te leiden. Toenemende welvaart leidt tot een daling van de kindersterfte en daarmee tot kleinere gezinnen en dus, alweer, emancipatie. En al die factoren (meer democratie, vrijheid van meningsuiting, gelijkheid voor de wet) dragen op hun beurt weer bij aan de afbraak van de macht van de traditionele religies. Ook op dát vlak raakt de burger eraan gewend dat hij of zij en eigen keuze kan maken. Andere landen (of het Westen) kunnen daarbij een inspirerend voorbeeld zijn, maar als lokaal de noodzakelijke voorwaarden ontbreken, gebeurt er toch echt niets.

Al die ontwikkelingen gaan gepaard met strijd, en ze leveren geen loepzuivere kopieën van onze ‘westerse’ waarden op. Elk land kent zijn eigen ontwikkeling en maakt daarbij eigen keuzes. Het is heel dom, en waarschijnlijk zelfs contraproductief, om landen die dit doormaken onder de neus te wrijven dat ‘onze westerse waarden’ moeten overnemen. Wij in het westen mogen er gerust trots op zijn dat we veel ervaring hebben met deze ontwikkelingen en dat westerse denkers op dit vlak belangrijk denkwerk hebben verricht. Maar dat wil niet zeggen dat we een ‘superieure’ cultuur bedacht hebben die we moeten exporteren. We kunnen erop vertrouwen dat wat hier gebeurde, elders óók kan gebeuren. En momenteel ook gebeurt.

III.

Is het Westen voor de islamitische wereld een afschrikwekkend voorbeeld, zoals Boudry stelt? Kijken ze met angst en beven naar wat de verlichting met de christelijke ‘zusterreligie’ heeft gedaan, en beschouwen ze idealen als vrijheid en democratie als Fremdkörper? Orthodoxe moslims waarschuwen graag voor het morele verval van de westerse samenleving, inclusief het christendom, maar het lot van die religie op zich is geen onderwerp. Ze waarschuwen ook dat zaken als democratie en vrouwenemancipatie ‘westers’ zijn, ofwel niet-islamitisch. Maar de tijd dat dergelijke waarschuwingen veel indruk maakten is toch echt voorbij. Alleen de alleroudsten weten zich misschien nog iets te herinneren van de koloniale tijden; het overgrote deel van de bevolking is jong, en beschouwt het Westen juist als een lichtend voorbeeld. Zó moet het worden, net zo welvarend en net zo vrij – maar dan met behoud van de eigen tradities. Welvaart, vrijheid en een menswaardig bestaan zijn geen puur westerse verlangens. Die verlangens komen voort uit brede culturele ontwikkelingen die zich in het Westen voor het eerst hebben voorgedaan maar daarmee nog niet uniek Westers zijn.

 

Grote delen van de bevolking van de islamitische wereld snakken naar welvaart, naar rechtvaardigheid, naar vrijheid en democratie. Men is de verstarring, de achterstand, de stilstand, meer dan zat. De Arabische Lente en de recente gebeurtenissen in Algerije en Soedan tonen dat nogmaals aan. En zeker, dat proces gaat met vallen en opstaan. Dictators hangen aan de macht, elites houden verandering tegen, geestelijken schreeuwen moord en brand. Dat was hier ooit ook het geval. Maar we kunnen er gerust van uitgaan dat die ontwikkelingen in de islamitische wereld tot meer vrijheid zullen leiden, in steeds meer landen. En dan zullen we ook zien hoe de islam zich zal aanpassen. Dát ze zich zal aanpassen, is een open deur. Hoé en hoe snel dat zal gebeuren, weet niemand. Laten we dus maar gewoon rustig afwachten hoe die landen de immense veranderingen zullen opvangen. En laten we vooral niet denken dat we hier in het Westen de wijsheid in pacht hebben. We liepen voorop, we waren belangrijk – en we worden dat steeds minder.

We zullen zien dat ook de islam, noodgedwongen, nieuwe vormen aanneemt. Je aanpassen en ondertussen roepen dat je steeds dezelfde blijft - daar zijn religies al eeuwenlang heel goed in. Dat is wat het christendom ook heeft gedaan. Het is daarbij overigens zéér de vraag of de islam echt dezelfde weg zal gaan als het christendom, en als ’schim’ zal eindigen. Wie weet is de islam over honderd jaar totaal anders dan nu, maar ook veel levenskrachtiger dan het christendom. De geschiedenis herhaalt zich immers nooit. Maar één ding is zeker: onze ‘wasmachine van de verlichting’ hebben ze daar echt niet nodig. Die heeft nooit bestaan.