Hoe Joram van Klaveren zijn Profeet probeert te redden

 

‘Maar al die vreselijke dingen die je hebt gezegd over de islam, hoe kijk je daar nu tegenaan?’ Het was de verbaasde vraag van Özcan Akyol, tafelgast in De wereld draait door van 6 februari, gericht aan de oud-PVV-er en kersverse moslim Joram van Klaveren. Joram erkende dat het niet fraai was geweest wat hij had gezegd. Maar hij had zich bekeerd. Zijn studie van de islam had hem de ogen geopend. Het was een vreedzame religie. En Mohammed was helemaal geen vreselijke man geweest. ‘Neem bijvoorbeeld het verhaal dat Mohammed 900 Joden zou hebben vermoord…’, begon hij te vertellen. Maar nieuwe vragen zorgden ervoor dat hij zijn betoog niet kon afmaken. Özcan en Matthijs van Nieuwkerk zaten daar duidelijk niet op te wachten. Hij probeerde het even later nog een keer: ‘dat verhaal…’ weer zonder resultaat. Jammer voor Joram, die nu de kijker eraan herinnerd had dat zijn nieuwe profeet beschuldigd wordt van massamoord op Joden, zonder dat hij de tijd kreeg voor een weerlegging. Maar hoe zit het daarmee, met die massamoord?

I.

We volgen het verhaal zoals opgenomen in de oudst bewaard gebleven biografie van Mohammed, de siera van Ibn Ishaak:

Het gebeurde in Medina. Mohammed was naar die stad gevlucht en nu werd ze belegerd door zijn vijanden, de Mekkanen. Maar hij had een gracht laten opwerpen rond de stad, zodat de vijand op afstand bleef. En alle stammen in de stad hadden hem trouw gezworen. Zo had hij een overeenkomst gesloten met de enige nog resterende Joodse stam in Medina, de Banoe Koeraiza. Het waren de laatste Joden in de stad; ooit waren er drie Joodse stammen geweest maar Mohammed had de andere twee uit de stad verjaagd. Alle reden dus voor de Koeraizaa om zich gedeisd te houden en mee te werken.

Ze hielpen de Profeet. Maar hun leider zou stiekem contact hebben gehad met de vijand. Mohammed kwam daarachter en wist deze samenzwering onschadelijk te maken. En zodra de Mekkanen en hun bondgenoten waren afgedropen, gaf hij zijn troepen opdracht om de huizen van de Koeraizaa te belegeren. Daarna beschrijft Ibn Ishaak een kat-en-muis-spel.

De leider van de Koeraizaa, Ka’b ibn Asad, zag in dat de situatie hopeloos was en stelde zijn stamgenoten drie oplossingen voor: 1) bekeren tot de islam, 2) de vrouwen en kinderen doden en de strijd tot het einde voortzetten, 3) Mohammed en zijn strijders verrassen door op de sabbat aan te vallen. Zijn stamgenoten wezen alle drie voorstellen af. Ze stuurden een onderhandelaar naar Mohammed die vertelde dat ze bereid waren zich over te geven en te vertrekken met alleen roerende goederen. Mohammed wees dat af. Ze kwamen met een tweede voorstel: overgave en vertrekken zónder iets mee te nemen. Maar Mohammed wees ook dat af. Ze moesten zich, ze hij, volledig onderwerpen om door hem veroordeeld te worden. Daarop vroegen ze een vertrouweling van Mohammed, Aboe Loebaaba, om langs te komen om de situatie te bespreken. Die maakte met een handgebaar langs zijn keel duidelijk welk lot hen te wachten stond. (Dat had hij niet mogen onthullen, aldus Ibn Ishaak, maar Mohammed zou hem dit later vergeven.)

De Koeraizaa gaven zich toch onvoorwaardelijk over. Mohammed scheidde de volwassen mannen van de vrouwen en kinderen. Leden van een andere stam, de Aus, vroegen de Profeet vergevingsgezind te zijn. Daarop wees Mohammed een lid van Aus aan, Sa’d ibn Moe’aad, die wat hem betreft het oordeel zou vellen – of moeten we zeggen: uitspreken? Sa’d besloot dat de mannen gedood moesten worden, en de vrouwen en kinderen als slaven verkocht of verdeeld. Mohammed deelde vervolgens verheugd mee dat dit ook Gods oordeel was. Daarna werden 400 (volgens andere versies van het verhaal veel meer) mannen op de markt van Medina om het leven gebracht. Mohammed keek daarbij toe.

Mohammed speelde een wreed spel met de Banoe Koeraizaa. Hij had daarvoor al twee keer een Joodse stam de stad uit gejaagd en de Koeraizaa rekenden erop (zie hun eerste voorstellen) dat zij nu aan de beurt waren. Mohammed echter was van meet af aan van plan hen niet te laten gaan maar te doden. En iedereen wist dat (zo blijkt uit het handgebaar van Aboe Loebaaba). Als Mohammed de Koeraizaa dan volledig in zijn macht heeft, wijst hij ineens een ander aan als rechter, iemand uit de stam Aus, de stam die geen heil zag in de dreigende massamoord. Opnieuw denken de Koeraizaa aan de dood te kunnen ontkomen. Maar Sa’d  weet dat hij geen keus heeft; hij weet wat Mohammed besloten heeft en spreekt het vonnis uit dat de Profeet al ruim van tevoren bekend had gemaakt. We mogen aannemen dat als hij hier tegenin was gegaan, de complete stam Aus als ‘verraders’ waarschijnlijk hetzelfde lot zou ondergaan. Het is al met al volkomen duidelijk dat Mohammed volledig verantwoordelijk was voor de massamoord. Hij heeft het vonnis hooguit door een ander uit laten spreken, om de Aus medeverantwoordelijk te maken.

II.

Het was een uiterst wreed vonnis – zelfs voor Arabische tribale begrippen. Mohammed vernietigde een complete stam enkel en alleen omdat hun leider, op eigen houtje, contact zou hebben gehad met zijn vijanden. De gewone Koeraizaa waren daar uiteraard niet verantwoordelijk voor. Sterker, ze hadden Mohammed geholpen bij de verdediging van Medina. En ze hadden zich onvoorwaardelijk overgegeven. Er was geen sprake van verzet. En los daarvan weten we helemaal niet of dat contact er ook écht geweest is. We hebben alleen de beschuldiging, overgeleverd door de moordenaars. Contact leggen zou in ieder geval heel onverstandig zijn geweest want Mohammed zou zoiets, als het uitlekte, direct benutten om ook de Koeraizaa kaal te plukken en te verjagen. Die twee andere stammen had hij aangevallen zonder enige reden. (De eerste stam kreeg het bevel ‘bekeren of vertrekken’, en in het tweede geval zou God Mohammed hebben geopenbaard dat ze tegen hem samenzwoeren.) De Koeraizaa moeten geweten hebben dat hun lot aan een dun draadje hing en dat ook zij eens aan de beurt zouden komen. Wat ze waarschijnlijk niét hadden verwacht, was dat Mohammed hen wilde doden. Dat is de meest voor de hand liggende verklaring voor wat er gebeurd is, gezien Mohammed gedrag voorafgaand, tijdens en ná het beleg.

Opgemerkt moet wel, Mohammeds handelwijze tegenover de Joden in Medina was in wezen niets bijzonders. Hij kon een voorbeeld nemen aan zijn christelijke noorderburen, die zich geregeld, om wat voor futiele of ongeloofwaardige reden dan ook, massaal tegen ‘de Joden’ keerden en dan vele slachtoffers maakten en hen verjaagden. Zoiets bleef vrijwel altijd ongestraft. Kerkleiders voorkwamen dat de keizer of zijn legerleiders ingrepen. De Joden waren vervloekt door God, zeiden ze, dus mochten ze worden vervolgd. Die vervloeking lezen we in de Koran. Er zat een breder plan achter. Verschillende ahadiet (verhalen) geven aan dat Mohammed de Joden uit Arabië wilde verdrijven. Angst aanjagen, door middel van een moordpartij, paste perfect in dat streven.

Er is geen enkele reden om eraan te twijfelen dat deze moordpartij op de Koeraizaa inderdaad écht gebeurd is. In de eerste eeuwen is nooit ergens enige twijfel geuit, of reden voor twijfel gevonden. Ibn Ishaak gold als een zeer betrouwbare en zeer goed geïnformeerde verzamelaar van ahadiet en andere bronnen vertelden hetzelfde. Eigenlijk was er alleen onduidelijkheid over het aantal slachtoffers, van minimaal 400 tot tegen de duizend. Rechtsgeleerden zetten geen vraagtekens bij het verhaal, laat staan bij de rechtvaardigheid van Mohammeds oordeel. Niemand betwistte dat het doodvonnis van Mohammed kwam. Maar in de loop van de vorige eeuw begon het verhaal steeds problematischer gevonden. Voor Joden vormde dit het ultieme bewijs dat Mohammed een antisemiet was geweest. Zeker na de Holocaust werd het verhaal van de Banoe Koeraizaa een steeds grotere ‘graat in de keel’ van degenen die de islam wilden aanprijzen als een vreedzame, tolerante religie.

III.

Ondanks de brede acceptatie door vele vooraanstaande islamitische geleerden, gedurende vele eeuwen, gaan er in de islamitische gemeenschap stemmen op die stellen dat de massamoord simpelweg niet heeft plaatsgevonden. Dat het hier om leugen en laster gaat. Een voorbeeld is te vinden op de site Muhammad Factcheck. Daar komt als eerste fact to check de vraag ter sprake: ‘Did Prophet Muhammad kill 700 Jews?’ De openingszin van het antwoord luidt:

‘This is perhaps one of the most common contemporary allegations levied against Prophet Muhammad. It is also one of the most spurious.’

De auteir geeft een korte samenvatting van de aanleiding. Hij zet daarbij geen vraagtekens bij het verhaal van de samenzwering:

‘Yet, in the heat of battle, the Banu Quraizah sided with the enemy against the state of Medina despite their prior signed agreement. Fortunately, the remaining allied Medina army was able to withstand this treasonous act and win the battle against incredible odds.’

Nou… incredible… eerlijk gezegd is Ibn Ishaaks verhaal van de Slag om de Gracht behoorlijk vaag. Daarna volgt een beschrijving van de moord. De schrijver erkent zowaar dat terreur de drijfveer was:

 

Of the third [Joodse] clan a fearful example was made, not by Muhammad, but by an arbiter appointed by themselves.’

 

De schuld lag dus niet bij Mohammed. De Schrijver citeert hierover de negentiende-eeuwse Britse archeoloog Stanley Lane-Poole, bij wijze van onverdachte bron:

 

‘It was a harsh, bloody sentence; but it must be remembered that the crime of these men was high treason against the State, during a time of siege; and one need not be surprised at the summary execution of a traitorous clan.

 

Die surprise is wel degelijk op zijn plaats wanneer je bedenkt dat hooguit de leider, stiekem, verraad had gepleegd (als we dat al kunnen geloven), terwijl de Koeraizaa Mohammed bij hadden gestaan én zich volledig hadden overgegeven. Was dan niet enige clementie op zijn plaats geweest? De factcheck-schrijver vervolgt:

 

‘Thus, Prophet Muhammad did not order any execution, nor did he participate in the execution. On the contrary, Prophet Muhammad graciously agreed to let the Banu Quraizah’s own ally, Sa‘d bin Mu‘adh of Aus, deliver the verdict. Why blame Prophet Muhammad for a decision he did not make and for a crime he did not commit? Adding to the injustice in blaming Prophet Muhammad is the fact that Sa‘d bin Mu‘adh did not deliver his decision based on the Qur’an. Rather, he delivered the judgment for the Banu Quraizah based on the punishment for treason that their book, the Torah […]’

 

Waarna een citaat volgt uit Deuteronomium 20. Hoogst merkwaardig, deze suggestie dat er sprake was van Joods recht. Geen enkele vroege islamitische rechtsgeleerde zou zelfs maar durven denken dat Mohammed rechtsprak op basis van de Joodse wet. Maar de suggestie is duidelijk: voor een dergelijke gruwelijke misdaad moet je bij de Joden zijn. En dan volgt het volstrekt bizarre:

‘Prophet Muhammad had nothing to do with it’

De oudste, grootste rechtsgeleerden verwierpen deze interpretatie ten stelligste.

Maar de factcheck-schrijver is er nog niet gerust op. Hij stapt over op een andere tactiek. Het is gewoon nooit gebeurd:

‘Moreover, no Jewish tribes, Jewish historians, or Jewish scholars record this event. This is shocking because the Jewish people have recorded their history better than perhaps any people in history. Yet, in regards to such a massive execution, every Jewish historian, scholar, and tribe is silent.’

Shocking? Joodse laatantieke bronnen zijn uitermate schaars. Maar we weten van vele moordpartijen op Joden in deze eeuwen dankzij christelijke en heidense bronnen, zonder dat er Joodse bronnen voor bestaan. Dan kent hij nog een Arabische auteur die durft te twijfelen aan het verhaal:

‘Dr. Barakat Ahmad, author of “Muhammad and the Jews,” argues, based on authentic sources from time periods well before Ibn Ishaq, that it is highly probable that no execution took place at all. We gladly invite Wilders, or anyone for that matter, to respond to Dr. Ahmad’s book.’

Heel uitdagend, maar zoals gezegd was er in de eerste eeuwen van de islam geen enkele bron en geen enkele commentator die de massamoord in twijfel trok. De ‘weerlegging’ van de bewering dat Mohammed de opdracht gaf tot een massamoord sluit daarna af met een korte samenvatting en de slotopmerking:

‘Prophet Muhammad, far from being responsible for any deaths, interceded and even forgave those Jews who asked his forgiveness. To place even the slightest responsibility on anyone but the Banu Quraizah is nothing less than ridiculous.’

De slachtoffers hebben het over zichzelf afgeroepen. Zo luidt het oordeel op basis van de versie van de moordenaars.

En wat vindt Joram van Klaveren? In De Wereld draait door slaagde hij er niet in zijn verhaal af te maken. Maar we kunnen terecht in zijn boekje Afvallige. Want ook daarin komt hij te spreken over de massamoord op de Koeraizaa. Dat wil zeggen, hij heeft vooral veel te melden over Ibn Ishaak. Na eerst een ander verhaal over de wrede Profeet naar het rijk der fabelen te hebben verwezen (Mohammed liet een Jood martelen om een schat op het spoor te komen, en toen dat niks opleverde, liet hij hem onthoofden), schrijft Van Klaveren (p. 91-92):

‘Daarnaast stond Ibn Ishaak, ondanks dat hij de eerste was die een uitgebreide biografie schreef over Mohammed, onder moslimtheologen uit zijn tijd bekend als iemand die niet al te secuur te werk ging bij het verzamelen van verhalen over Mohammed en daardoor niet altijd even betrouwbaar was in zijn schrijven. Ibn Ishaak was verder ook geen ooggetuige en schreef zijn werken ongeveer 150 jaar na het overlijden van Mohammed en maakte daarbij veelvuldig gebruik van mythische verhalen van overwonnen (in dit geval de joodse stam Banoe Nadir). Het gevolg is dat er fabels/verhalen voorkomen in zijn werken die nergens anders terug te vinden zijn. (…)

Imam Malik (…) noemde Ibn Ishaak zelfs een bedrieger en een leugenaar. Malik stelde dat hij valse verhalen verspreidde en optekende over Mohammed. De ‘bekende’ afslachting van de joodse stam Banoe Koeraizaa, waar Mohammed 600 – 900 mannen zou hebben laten onthoofden, was daar een voorbeeld van. (…)

Dat dit werkelijk zou gaan om bijna 1.000 mannen (en volgens sommige oriëntaalse bronnen ook vrouwen en kinderen) wordt echter nergens teruggevonden. Ook niet in christelijke of zelfs Joodse bronnen (wat opvallend is daar de stam Joods was). (…)

De redacteuren van Ibn Ishaaks biografie over Mohammed, Ibn Hisham, geeft eveneens aan dat hij vele verhalen uit het werk van Ibn Ishaak niet heeft overgenomen in verband met het ontbreken van bewijs en een betrouwbare of kloppende isnaad [reeks van vertellers, mh]. Tot slot geeft zelfs de befaamde islamcriticus Robert Spencer in zijn boek The truth about Muhammad toe dat Ibn Ishaaks siera zo onbeschaamd hagiografisch is, dat de nauwkeurigheid ervan twijfelachtig is.

Alles bij elkaar een mooi voorbeeld van weinig subtiele karaktermoord. Van Klaveren zegt niets over het moordverhaal an sich maar probeert de boodschapper onderuit te halen. Een paar punten:

-          Ibn Ishaak stond in zijn tijd helemaal niet bekend als een onbetrouwbare fantast. Hij werd geroemd om zijn kritische zin en zijn brede kennis. De siera werd alom geprezen. Eeuwenlang.

-          Ibn Ishaak was niet mals. Hij beschuldigde de rechtsgeleerde Malik van slordigheden , waarop die, op zijn beurt, begon te schelden op Ibn Ishaak. Een fittie tussen twee zelfbewuste geleerden die niets heeft afgedaan aan Ibn Ishaaks reputatie. Voor de details, zie het artikel van de islamoloog Kister dat ik hieronder noem (te vinden op internet). Malik trok de massamoord nooit in twijfel.

-          De (Joram wordt ironisch) ‘bekende’ afslachting van de Koeraizaa was inderdaad alom bekend. En wordt pas zeer recent in twijfel getrokken. Het zegt genoeg dat Van Klaveren in deze aanval geen enkele concrete, historische kritiek op dit verhaal kan noemen.

-          Ibn Ishaak was geen ooggetuige, dat klopt. Hij moest het hebben van overgeleverde verhalen. Als Van Klaveren dat een reden vindt om verhalen te diskwalificeren, dan blijft er over Mohammed helemaal niets te vertellen over.

-          In de siera ontbreekt hier en daar de isnaad, een overzicht van overleveraars van een verhaal. De nadruk op het opstellen van dergelijke ketens dateert grotendeels van ná zijn tijd. Overigens zijn de naderhand opgestelde isnaads voor een belangrijk deel onbetrouwbaar en fictief. En dat geldt ook voor het grootste del van de isnaads die door de Traditie (en Joram) als ‘betrouwbaar’ wordt aangeduid.

-          Ibn Ishaak vermeldt geen Joodse bronnen. Over de botte beschuldiging dat verhalen waarin Mohammed hardvochtig optreedt, van Joodse oorsprong zouden zijn, zeg ik liever niets. Alleen dit: Van Klaveren kan niet tegelijkertijd suggereren dat Ibn Ishaak Joodse bronnen gebruikte waarin de massamoord verzonnen zou zijn én ondertussen erop wijzen dat voor de massamoord geen Joodse bronnen bestaan.

-          We weten (dankzij andere bronnen) wat Ibn Hisham liever niet overnam van Ibn Ishaak toen hij zijn eigen siera schreef. Hij wil Mohammed vooral nóg heiliger voorstellen dan Ibn Ishaak al had gedaan. Het bekendste voorbeeld is dat hij het verhaal van de duivelsverzen heeft laten liggen. De isnaad speelde voor Ibn Hisham geen rol. Verwijzen naar Ibn Ishaak was voor hem voldoende gezag. Ibn Hisham citeert ook zonder enig commentaar het verhaal van de massamoord op de Koeraizaa.

-          Je kunt de siera van Ibn Ishaak zeker ‘onbeschaamd hagiografisch’ noemen. Ibn Ishaak vertelt bijvoorbeeld over de wonderen die Mohammed zou hebben verricht. Maar dat Van Klaveren dit als tegenargument gebruikt, is ridicuul. Zelf prijst hij in Afvallige de Mohammed-biografie van Martin Lings. Als er één biografie ‘onbeschaamd hagiografisch’ genoemd kan worden, is het die van Lings, met zijn vele zoete verhaaltjes over Mohammed.

Die Ibn Ishaak is niet te vertrouwen, dat zou Joram van Klaveren zeer waarschijnlijk hebben gezegd in De wereld draait door, als hij de kans had gehad. Helaas. Zijn zwartmakerij raakt kant noch wal. Er is geen enkele reden om te twijfelen aan Mohammeds besluit om de laatste nog resterende Joodse stam in Medina simpelweg uit te roeien. Om de Joden in heel Arabië duidelijk te maken dat waar hij heerste, geen Jood kon leven. Mohammed liet zien dat hij meedogenloos kon zijn.

 

 

M. J. Kister, The massacre of the Banu Qurayza. A re-examination of a tradition.

Joram van Klaveren, Afvallige. Uitgeverij Stichting ‘t Kennishuys.

 
Marcel HulspasComment